'Ik zie het als een opstapje als mijn verhaal bekend wordt bij mensen die de moeite nemen zich in te leven in een ander. Met dat soort mensen wil ik mij omringen, dat is constructief voor mijn ontwikkeling.’

Hij staat al op me te wachten bij de receptie. Een lange man, warme stem, scherpe blik achter een vlotte bril. Het is een mooie dag in september, we gaan buiten zitten. Wolfert is blij om zijn verhaal te doen.

Hij komt negen dagdelen bij Reakt op de Platinaweg in Den Haag, 36 uur per week. Begonnen in de productie, daarna als bijrijder op de bus en nu combineert hij dat met zijn functie op kantoor, waar hij de backoffice medewerker ondersteunt.

"Ik zie hoe dankbaar het is mensen te voorzien van werk. Het geeft ze weer waardigheid. Mijn baas beschouwt me als collega, niet als cliënt. Ik heb gewoon een dagtaak."
Wat hem het meest hielp was het gevoel dat hij nodig was.
"Op het moment dat ik mijn medemens niet meer als vijand zag. Dat ik liefde kon geven. Ik vind het nu een sport om lief en vriendelijk te zijn, mensen gaan dan harder voor je werken.’
Wolfert werd eerst depressief, later manisch-depressief, en is nu schizo-affectief gediagnostiseerd. Ik weet wat ze ermee suggereren. Ik heb geleerd om vanuit de verbeelding te leren."

Hij groeide op in Wassenaar in een goed milieu, zat op de Vrije School. Zijn moeder liet hem een hoogbegaafdheidtest doen waar hij sterk op scoorde. "Ze noemden me een onderpresteerder. Ja, ik rebelleerde tegen het hele educatiesysteem. Uiteindelijk ben ik toch op de Universiteit beland. Ik deed rechten, met enorme faalangst. Door de vechtscheiding van mijn ouders is mijn referentiekader weggeëbd. Ik ben aan lager wal geraakt, heb op straat geleefd, veel ellende meegemaakt."
Hij sliep in een tentje in het bos en kwam via een coffeeshop in het criminele circuit terecht.

"Als kind moest ik aan hoge verwachtingen voldoen voor de buitenwereld. Het plaatje, de reputatie, vooral voor mijn moeder - alles conform de regels."
Hij vertelt hoe het hem geestelijk uitputte, de snerende opmerkingen van zijn ouders en het moddergooien naar elkaar. De relatie met zijn moeder is complex.
"Ik vind het knap van haar dat ze me niet fysiek heeft bejegend, maar mentaal heeft ze mij heel erg gekwetst. Ze heeft mijn grenzen niet gerespecteerd, overschreden ook, honoreerde mijn mannelijkheid niet. Dat is logisch als je door je eigen vader, mijn opa dus, op je twaalfde wordt mishandeld. Dan ga je mannen niet vertrouwen en liefhebben. Maar daar gaf ze mijn vader de schuld van, terwijl hij vijf dagen per week keihard werkte. Het ontbrak ons aan niets. Ik heb een haat gehad tegen vrouwen."

"Een jaar of acht geleden ben ik gearresteerd op het Spui omdat ik heel agressief schreeuwde. Alleen tegen vrouwen, frappant is dat. In de bossen ontsnapte ik aan de mentale gevangenis waarin we zitten, ontsteeg de drie dimensies, zag patronen, gekoppeld aan kleuren, zag kannibalen en demonen. Ik ging zo snel in die tijd - nog meer energie dan een kerncentrale. Toen zocht ik het vuur op en verscheen er een engel en kreeg ik inzicht in de ziel. Dat is een component van mijn psychose. Het was angstig, maar het heeft me tot de man gemaakt die ik nu ben. Ik heb een bepaalde perceptie van de realiteit waardoor ik niet in kaders of hokjes kan denken. Ik zie het hele plaatje."

Hij wordt fel als hij vertelt hoe hij de wereld ziet, het klassensysteem, hoe de superrijken de wereld beheersen en veel onschuldige mensen sterven.
"Ik ben op Facebook actief, zit bij The Free Minds Projekt. Daar denken meer mensen zoals ik, waardoor ik niet meer raar ben."

Wolfert werd drie keer opgenomen. Er loopt nog een rechterlijke machtiging tot begin volgend jaar. Hij hoopt zijn medicijnen af te bouwen, ook al denken ze dat hij nooit helemaal zonder kan.
Wat hem enorm heeft geholpen is het huisje dat hij kreeg. Dat gaf veel rust. In het begin kreeg hij huishoudelijke hulp, inmiddels doet hij alles zelf.
"In het begin liet ik giftige shit vanuit mijn verleden binnen, nu scheid ik het kaf van het koren."

"Ik raak nu bekend met mensen die ik graag over de vloer wil hebben en waar ik ook moeite in steek. Ik zorg dat de afwas is gedaan en de vloer is gedweild.’
Zijn zus woont in de buurt. "Blow je nog?" vraagt ze als ze elkaar toevallig tegen het lijf lopen. Zijn zus en broertje veroordelen hem om zijn wietgebruik.
‘"Ik ben het probleem, ook voor mijn ouders. Ach, ik heb mijn vijanden al vergeven, al weten ze het zelf nog niet. Maar ik laat mij niet meer knechten."
Van zijn familie ziet hij niemand meer.

Vorig jaar leerde hij een heel leuk meisje kennen. "Ik ken haar van hier en sindsdien gaan we met elkaar. Zij heeft echt iets weer tot leven laten komen in mij dat dood was gegaan. De laatste tijd moet ik vaak huilen omdat ik dat gemis, die liefde, nu toch mag geven en krijgen. Dat kon ik vroeger niet, gunde het mijzelf niet. Dat is wat er tussen mij en de vrouwen stond."

Wolfert werkt hard aan zijn herstel, doet schematherapie, haalde zijn heftruckdiploma. Hij ziet de toekomst rooskleurig. Werk, een eengezinswoning en dan een gezin stichten.

Hobby’s?
"Alles in het leven is eigenlijk mijn hobby. Geef mij maar een schep en een emmer…"